BEDRIJFSRECHERCHE
1 - Meer fraude door crisis
BRUSSEL - Meer dan de helft van de Belgische bedrijven stelde vorig jaar een stijging van fraudegevallen vast.
‘De oorzaak voor die stijging ligt bij de economische crisis. We stellen vast dat de zogenaamde boekhoudkundige fraude zeer sterk is toegenomen , zegt Rudy Hoskens, partner bij consultant PricewaterhouseCoopers. Hij baseert zich op het onderzoek naar bedrijfsfraude dat PwC om de twee jaar doet. ‘De fraudegevallen variëren van het wat rooskleuriger voorstellen van de zaken om zo kredieten los te weken, tot het oppompen van de cijfers om de interne doelstellingen te halen. Ruim 46 procent van de 62 Belgische bedrijven die aan het onderzoek deelnamen, zegt het afgelopen jaar met dit soort fraude geconfronteerd geweest te zijn. Ruim driekwart geeft aan dat door de crisis het risico op fraude sterk is toegenomen. ??Veel heeft te maken met het systeem van variabele lonen dat in heel wat bedrijven vanaf een bepaald niveau gehanteerd wordt. ‘We zien dat bedrijven waar meer variabel beloond wordt, gevoeliger zijn voor dit soort fraude', zegt Hoskens. Fraude is immers afhankelijk van drie factoren: de drijfveer of het motief, de gelegenheid om fraude te plegen en de rechtvaardiging ervan door de fraudeurs. Als door de economische omstandigheden de doelstellingen onhaalbaar zijn, is het motief om het gat op een andere manier dicht te rijden al groter. Bijna 15 procent van de Belgische bedrijven geeft trouwens aan dat door de crisis de gelegenheid om fraude te plegen ook is toegenomen. Alle aandacht van het topmanagement gaat tegenwoordig naar het overleven van de crisis en minder naar controles van de interne activiteiten.??Maar de grootste vorm van bedrijfsfraude blijft de verduistering van bedrijfsactiva. Dat kan gaan van een werknemer die af en toe een paar stuks uit de fabriekshal steelt tot het management dat via allerlei omwegen geld naar een privérekening doorsluist.??‘Wat wel opvalt is dat tegen een arbeider veel sneller gerechtelijk stappen ondernomen worden dan tegen iemand van het topmanagement. Die wordt dikwijls nog met een gouden handdruk discreet verwijderd ‘ zegt Hoskens. Het is trouwens zo dat slechts bij twee op de tien gedupeerde bedrijven gerechtelijk stappen worden ondernomen tegen interne fraudeurs.??De crisis heeft niet alleen een impact gehad op het soort fraude, maar ook de fraudeplegers zijn niet meer dezelfde als in de vorige onderzoeken.??‘We zien dat er steeds meer fraude gepleegd wordt in het middenmanagement', zegt Hoskens. ‘Twee jaar geleden waren ze wereldwijd nog maar goed voor iets meer dan een kwart van de interne fraude. Nu neemt het middenmanagement al 42 procent van de fraude voor zijn rekening, terwijl de fraude bij het topmanagement is afgenomen. Dat middenmanagement moet immers bijna onmiddellijk in zijn levensstandaard schrappen als een stuk variabel loon wegvalt of de partner zijn baan verliest.'??Het onderzoek werd in samenwerking met Insead uitgevoerd bij 3.037 bedrijven uit 53 landen. In België werkten 62 bedrijven mee waaronder 39 beursgenoteerde.
2 – De cijfers zijn onthutsend
80% van de Belgische bedrijven heeft de laatste twee jaar met interne fraude te maken gehad.
Fraude komt in alle sectoren voor en het gaat vooral om bedrijfsinterne diefstal. Een andere schokkende vaststelling: op wereldniveau verliest een bedrijf gemiddeld meer dan 2 miljoen euro aan interne fraude. Maar nog belangrijker dan het financiële verlies, is de impact van deze fraude op het moreel van de werknemers en het imago dat het bedrijf naar buiten uitstraalt. De meeste bedrijven vinden dat fraudepreventie een zaak is voor de raad van bestuur, maar, dat minder dan 25% van deze raden ervaring heeft met het effectief aanpakken van bedrijfsintern gesjoemel. Voor de nabije toekomst vrezen bedrijven niet alleen voor diefstal: ook internetcriminaliteit dreigt steeds belangrijker te worden.
Van alle sectoren is de bankwereld er het slechtst aan toe, wat niet verwonderlijk is gezien de grote hoeveelheden liquide assets: in 54 percent is fraude gerapporteerd.
Internationaal gesproken slaat België over het algemeen een slecht figuur: veel fraude, weinig maatregelen om fraude te bestrijden en weinig economisch optimisme.
Wat doen bedrijven om fraude te voorkomen?
Bedrijven stellen een "ethische code" op (64%).
Een lachertje natuurlijk: wat heb je aan een code die je laat ondertekenen door een bende potentiële dieven? Zeker als je weet dat de top van het bedrijf zich überhaupt weinig van die ethiek aantrekt. Sommige bedrijven verwerken fraude in hun managementsysteem, door het strenger screenen van sollicitanten. Ook hier is het maar de vraag of je een potentiële fraudeur tijdens een assessment of gesprek kan herkennen.
Vandaar kunnen we stellen dat een fraudeur niet zelden een enorme schade achterlaat: financieel, economisch, sociaal en moreel.
3 - Overheid ligt te weinig wakker van bedrijfsfraude
08 04 2010
(Dutch only) Open brief gepubliceerd in De Tijd (8 april 2010) en in de IFA Newsletter 16 (23 maart 2010). Er is dringend nood aan een wettelijk kader waaraan een privéonderzoek dient te beantwoorden, en waarbij ondernemingen verplicht worden de overheid in te lichten over hun fraudeaanpak. Meer ...
.
Overheid ligt te weinig wakker van bedrijfsfraude
In tijden van crisis scheert fraude altijd hoge toppen, maar zelden ging het fenomeen zo vaak over de tong als nu. Het lijkt dan vanzelfsprekend dat de publieke en private sector hun krachten in fraudebestrijding zouden bundelen of minstens hun activiteiten op elkaar afstemmen. Toch gebeurt dat zelden of nooit. Er is dringend nood aan een wettelijk kader waaraan een privéonderzoek dient te beantwoorden, en waarbij ondernemingen verplicht worden de overheid in te lichten over hun fraudeaanpak.
Steeds vaker worden openlijk vragen gesteld bij de wijze waarop fraude in ons land wordt bestreden. Meestal wordt dan met de vinger gewezen naar de overheid, die niet bij machte zou zijn om het fenomeen grondig aan te pakken. Toch lijkt bij die overheid de jongste tijd wat te bewegen, in het bijzonder op het terrein van de zogenaamde verticale fraude, de fraude tegen de publieke middelen. Denken we maar aan de creatie van het staatssecretariaat voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding onder leiding van Carl Devlies (CD&V), het ontstaan van een sociaal strafwetboek en de activiteiten van de parlementaire onderzoekscommissie naar de fiscale fraude.
Meestal wordt de discussie echter beperkt tot de vraag welke maatregelen de overheid kan nemen om met name verticale fraude beter te bestrijden, en niet zelden gebeurt dat vanuit een begrotingsoogpunt. Fraude berokkent evenwel niet alleen zware schade aan overheidsgeld en burgers, maar evenzeer aan de private middelen van ondernemingen. Die vorm van fraude, ook wel horizontale fraude genoemd, vormt een serieuze bedreiging voor de private sector en wordt ten onrechte over het hoofd gezien. Bedrijven worden immers regelmatig geconfronteerd met dergelijke fraudevormen. Een recente bevraging door PricewaterhouseCoopers (PwC) van een representatief aantal bedrijven bracht bijvoorbeeld aan het licht dat liefst 13 procent het afgelopen jaar slachtoffer werd van ‘omkooppraktijken’. Samen met het besef van dit probleem groeit in de bedrijfswereld de wil om het te verhelpen, en dat liefst op een zo pragmatisch mogelijke wijze, waarbij niet alleen reactief wordt geageerd, maar ook gestreefd wordt naar een proactieve benadering.
Nieuwe diensten
Als gevolg daarvan heeft de afgelopen jaren een dubbele ontwikkeling plaatsgevonden. Enerzijds het ontstaan (dan wel versterken) van ‘interne diensten die zich bezighouden met fraudebestrijding’, en anderzijds het aanbieden van een ‘nieuwe zakelijke dienstverlening’. Hoewel in sommige sectoren - in het bijzonder de financiële sector - gespecialiseerde onderzoeksafdelingen (investigations) bestaan, zijn het in de praktijk vaak de interne auditafdelingen van grote ondernemingen en daarnaast ook tal van andere functies in middelgrote bedrijven die zich bezighouden met het voorkomen, detecteren en onderzoeken van allerhande onregelmatigheden. Bij de externe dienstverleners werd de vraag omgezet in een voor continentaal Europa nieuwe discipline, met name ‘forensic audit’, die zowel complementair aan de bestaande interne diensten werkt als los daarvan - dit laatste bijvoorbeeld in kleinere bedrijfsomgevingen.
Inmiddels hebben deze gespecialiseerde private fraudeonderzoekers, ook wel forensische auditoren genoemd, in een sfeer van vreedzame co-existentie een zelfstandige en aan het overheidsingrijpen complementaire maatschappelijke positie verworven. Meer nog, de private forensische dienstverlening heeft met succes het vacuüm opgevuld dat de overheid heeft achtergelaten op het terrein van horizontale fraude. Dat mag niet verwonderen. Opportuniteitsbeoordeling door het openbaar ministerie en capaciteit in kwantitatieve en kwalitatieve zin zijn nu eenmaal belangrijke beperkingen van de strafrechtstoepassing, die ertoe bijgedragen hebben dat voor bedrijfsgerelateerde fraudegevallen het strafrecht de facto werd teruggedrongen in zijn oorspronkelijke rol van ‘ultimum remedium’.
Toegevoegde waarde
Dit kwalitatieve aanbod door private forensische auditoren heeft een belangrijke toegevoegde waarde voor de bedrijfsleiding die niet mag worden onderschat. Het doel van een private forensische audit is immers drieledig : (1) het bekomen van waarheidsvinding en bewijsvoering aangaande bestaande vermoedens van misbruik, fraude of corruptie; (2) het desgevallend vrijpleiten van personeelsleden die ten onrechte werden verdacht op basis van ongegronde verdachtmakingen en (3) het voorkomen dat gelijkaardige onregelmatigheden worden herhaald of zelfs aangemoedigd door het uitblijven van een gericht feitelijk onderzoek.
Hoewel het vanzelfsprekend lijkt dat de publieke en private sector waar mogelijk hun krachten inzake fraudebestrijding zouden bundelen of minstens hun activiteiten waar mogelijk (beter) op elkaar zouden afstemmen, gebeurt dat zelden of nooit. Sterker nog: op één enkele aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie naar de fiscale fraude na vormt een samenwerking of een (beleidsmatige) afstemming niet eens het voorwerp van discussie.
Dat het anders en beter kan, bewijzen de Angelsaksische landen, waar de publieke en private sector al geruime tijd samenwerken en het zelfs standaardprocedure is geworden dat de overheid haar onderzoek waar nodig en/of wenselijk voortbouwt op een eerder gevoerd privéonderzoek. Het volstaat daarbij te verwijzen naar Canada, waar de Royal Canadian Mounted Police (RCMP) al geruime tijd geleden bewust heeft gekozen voor een samenwerkingsmodel met de private sector om complexere fraudevormen beter te kunnen bestrijden.
Ook onze noorderburen hebben begrepen dat samenwerking tussen publieke en private partijen loont. Zo heeft de Raad van Hoofdcommissarissen van de Nederlandse politie een samenwerkingsovereenkomst gesloten met een privaat forensisch auditkantoor voor het bieden van ondersteuning op het terrein van financieel-economische expertise.
Egelstelling
Het wordt dan ook tijd dat de Belgische overheid de private sector in de armen sluit om fraude samen met respect voor elkaars eigenheid beter te kunnen beheersen. Dat vereist echter dat de reglementering van de private onderzoekssector, die momenteel wordt herschreven door de minister van Binnenlandse Zaken, ingrijpend wordt herdacht. Ze moet vooral weggeraken uit de egelstelling waarin fraudebestrijding als een overheidsmonopolie wordt beschouwd en elke vorm van fraude binnen de bedrijfsmuren zo snel mogelijk aan het parket dient te worden gemeld (‘Wet verplicht aangifte malversaties aan gerecht’, De Tijd, 8 december 2009).
Vanzelfsprekend zal dat moeten gebeuren met respect voor het belang van zowel de maatschappij als van de bedrijven. Voor de maatschappij betekent dat vooral dat er geen praktijk ontstaat waarbij fraude onder de spreekwoordelijke mat wordt geschoven en dat de elementaire rechten van elkeen worden gevrijwaard. Voor de ondernemingen betekent dat hoofdzakelijk dat ze de mogelijkheid krijgen om op een pragmatische wijze en met zo weinig mogelijk risico op bedrijfsschade hun eigen probleem in kaart te brengen en zo mogelijk zelf een - vanzelfsprekend legale - oplossing uit te werken (bijvoorbeeld onder de vorm van het afsluiten van een dadingsovereenkomst met de fraudeur, uiteraard zonder uitsluiting van eventueel strafrechtelijke vervolging).
Beide belangen zouden perfect met elkaar kunnen worden verzoend. Er moet een systeem met een wettelijk kader worden uitgewerkt waaraan een privéonderzoek dient te beantwoorden. Ondernemingen moeten daarbij ook worden verplicht de overheid kennis te geven van het gevolg dat ze aan de binnen hun bedrijfsmuren ontdekte fraude hebben gegeven, veeleer dan van elk vermoeden van fraude waarvan ze kennis nemen. Het zal dan aan het parket of een in de schoot daarvan op te richten bijzonder (en liefst pragmatisch ingesteld) fraudemeldpunt zijn om te oordelen of de door de bedrijfswereld getroffen regeling vanuit maatschappelijk belang afdoend is, dan wel een verdere publieke strafrechtelijke aanpak vergt. In dat laatste geval zal het parket onmiddellijk kunnen voortbouwen op het al gevoerde privéonderzoek.
Of: hoe publiek-private samenwerking ook in fraudebestrijding een succes zou kunnen zijn waar iedereen beter van wordt, behalve de fraudeur.
4 – Economische crisis stimuleert bedrijfsfraude.
Meer dan de helft van de Belgische bedrijven heeft vorig jaar een stijging van het aantal fraudegevallen vastgesteld. Dat is de conclusie van een onderzoek van consulent PricewaterhouseCoopers. Het adviesbureau zegt dat de oorzaak van die stijging moet gezocht worden bij de economische crisis. Vooral boekhoudkundige fraude is volgens de onderzoekers zeer sterk toegenomen, zoals het rooskleuriger voorstellen van cijfers om kredieten los te werken of interne doelstellingen te halen. Er wordt aan toegevoegd dat vooral bedrijven met een variabele verloning geconfronteerd worden met fraude. Het topmanagement is vooral gericht op het overleven van de crisis en heeft minder aandacht voor de controle van de interne activiteiten. Verduistering van bedrijfsactiva blijft echter de grootste vorm van ondernemingsfraude. Verder wordt opgemerkt dat slechts bij twee op de tien gedupeerde bedrijven gerechtelijke stappen worden ondernomen tegen interne fraudeurs.
5 - Bedrijfsfraude aangeven: een ethisch delicate kwestie
Raadpleeg inhoudstafel van nummer 88 28/02/2005 SED Vergroten
Whistleblowing, wat men zou kunnen vertalen door ‘de alarmbel luiden’ is een systeem dat meer en meer gebruikt wordt in Angelsaksische bedrijven. Het is er, vooral sinds het Enron-schandaal, op gericht een halt toe te roepen aan frauduleuze handelswijzen. Meestal maken bedrijfsmedewerkers gebruik van een gratis nummer of het intranet waarmee zij anoniem praktijken kunnen melden die hen frauduleus lijken. Dit systeem maakt deel uit van de Amerikaanse wetgeving en zal vanaf juli 2005 toegepast worden op buitenlandse bedrijven die noteren op de Amerikaanse beurs. ??Bij ons wordt klikken niet op prijs gesteld en zou ‘whistleblowing’ een andere vorm kunnen krijgen. In Frankrijk koos de Shell-groep voor een mechanisme gebaseerd op de techniek van audits. Er werd een collegiale reflectiegroep, die directieleden, afgevaardigden van vijf vakbonden en een universitaire mediator verenigt, opgericht. De groep kreeg de naam Ethisch permanent administratief comité en heeft als opdracht het uitvoeren van een soort deontologische audit en het opsporen van eventuele afwijkingen. ??In België is de praktijk goed ingeburgerd in Angelsaksische bedrijven. Enkele jaren geleden werd Martine (valse naam) belast met de implementatie van ‘whistleblowing’ in een Amerikaanse multinational. Het verkliksysteem werkte via intranet. Elke medewerker kon collega’s met frauduleus gedrag aanmelden: collega’s die onvoorzien budgetten uitgaven, die de regels inzake offerteaanvragen negeerden, of – minder voorkomend – fondsen verduisterden. De naam van de aangever werd niet meegedeeld aan de directie, enkel Martine kende hem. “Toen ik voor deze dienst instond, moet ik bekennen dat alle klachten terecht bleken en dat ze praktijken aan het licht hebben gebracht die de maffia waardig waren! Maar het blijft klikken... En dat wordt in de Belgische cultuur niet op prijs gesteld.” Klikken heeft zo’n kwalijke reputatie – en men kan zich al moeiteloos de wraakacties voorstellen – dat men dit gebruik in geen enkel geval aan de buitenwereld bekend mocht maken, op straffe van ontslag
6 - Fraude, hoe de rijken zich verrijken
"Een derde van alle uitkeringstrekkers fraudeert", loog eind vorig jaar een Telegraaf-kop. Later werden zelfs cijfers de wereld ingeholpen als zouden zowat alle "uitkeringstrekkers" frauderen. Kort nadat de media deze ideeën er bij iedereen ingestampt hadden, kwam de toenmalige PvdA-staatssecretaris Ter Veld met haar kortingsplannen op de bijstandsuitkeringen van jongeren. Volgens haar was een controle op jonge uitkeringsgerechtigden heel moeilijk en daarom kon er maar beter op voorhand op hun uitkering gekort worden. Ook Lubbers ontkende dat er sprake was van een bezuiniging en verdedigde haar maatregelen: "Je kunt niet de fraude aanpakken en de instrumenten daarvoor thuis laten." Iedereen korten vanwege de fraude van enkelen; wie zouden er het hardst aangepakt worden als die regel consequent gehanteerd werd? Dit artikel is een pleidooi voor een strafkorting van iedereen boven het minimum. Voordat we eens gaan kijken naar fraudegevallen in de Leidse regio, laten we eerst wat landelijke en internationale schandalen de revue passeren.
Klassesolidariteit
Fraude kwam tot voor kort alleen in de Derde Wereld voor, zo werd ons voorgespiegeld. En natuurlijk in de meer afgelegen gebiedsdelen van Nederland, zoals Limburg, waar de afgelopen jaren heel wat ondernemers, burgemeesters en wethouders en ambtenaren wegens fraude tegen de lamp liepen. Maar in de rest van Nederland hield iedereen zich netjes aan de "spelregels". En als er dan eens een geval van fraude boven water kwam betrof het meestal lagere ambtenaren en werknemers.
In werkelijkheid wordt er in Nederland enorm veel gefraudeerd en neemt het aantal fraudes en de omvang ervan toe naarmate we hoger in de pyramide van de BV Nederland rondneuzen. Dat slechts fraudes op laag niveau openbaar en aangepakt worden ligt voor de hand: het zijn de mensen op de hogere nivo's die bepalen wie er vervolgd worden. En men pakt nu eenmaal niet zichzelf of vriendjes aan, dan laat men plots veel liever "de instrumenten daarvoor thuis", zoals bijvoorbeeld een inkomenskorting voor iedereen. De klassesolidariteit is aan de top veel groter dan beneden.
Dat er heel af en toe toch een tipje van de sluier opgelicht wordt heeft er dan ook alles mee te maken dat er in hogere kringen soms belangenverschillen leven. De sluier wordt echter meestal weer snel naar beneden gehaald. Als we de fraudeurs te hard zouden aanpakken vertrekken ze naar België. En dat is slecht voor de werkgelegenheid wordt er dan gezegd. De pers doet er verder het zwijgen toe. Helaas zijn wij afhankelijk van diezelfde pers en zijn we dus slechts in staat het topje van de fraude-ijsberg te laten zien.
"Fraude-onderzoek" zelf gefraudeerd
Fraude van mensen zonder machtspositie wordt daarentegen wel breed uitgemolken in de pers. Op hen zijn alle ogen (van de beleidsmakers) gericht. Elk geval van fraude wordt aangegrepen om de verdorvenheid van de armere en minder machtige mensen aan te tonen. En als er zich niet genoeg gevallen aandienen dan worden er net zo gemakkelijk bij verzonnen.
Zo was de Telegraaf-kop waarmee dit artikel begon gebaseerd op een frauduleus onderzoek uit Groningen. Het betrof een onderzoek naar woonfraude van uitkeringsgerechtigden. De wetenschappers die dit onderzoek deden hebben alle regels van de statistiek geschonden om maar op een zo hoog mogelijk percentage fraudeurs uit te komen. Om te beginnen koos men een wijk uit, om het onderzoek in te doen, waarvan men vantevoren al wist dat daar het meeste woonfraude voorkomt. Na afloop werden er tien mensen waarvan men twijfels had over de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt aan de lijst van woonfraudeurs toegevoegd, evenals vier fraudegevallen uit andere wijken. Verder heeft men 26 mensen waar niets mee aan de hand leek uit de steekproef van ongeveer 125 mensen weg laten vallen. Mensen die twee keer gefraudeerd hadden telden als twee fraudeurs mee. Enzovoorts. (Meer hierover kan je lezen in het tijdschrift Promotor, nummer 53) Dit onderzoek is door de Tweede Kamer aangegrepen om een extra debat te voeren over uitkeringsfraude. Met als uiteindelijk doel om voorafgaand aan de bezuinigingen uitkeringsgerechtigden zwart te maken.
Bedrijfsfraude is legaal
Fraude van uitkeringsgerechtigden is te verdedigen, van mensen met voldoende poen niet. Deze laatste groep mensen heeft vanuit hun machtspositie veel meer de mogelijkheid om te frauderen én om het ongemerkt te laten gebeuren. Mensen in hogere posities hoeven trouwens niet te frauderen als ze meer willen dan ze al hebben. De regels in de samenleving zijn al in hun voordeel. Zo kunnen de hoogleraren in Nederland rustig drie dagen werken terwijl ze betaald worden voor vijf. Deze bevolkingsgroep kan zich eenvoudigweg op het "gewoonterecht" beroepen: "Het gebeurt zeer veel en is hard nodig", wordt dan gezegd. Deze redenering biedt frauderende uitkeringsgerechtigden grote mogelijkheden. Zij kunnen zich beroepen op datzelfde "gewoonterecht". Volgens het Groningse onderzoek is fraude immers veel voorkomend en daarmee een gewoonte. De wetten in ons land maken het voor de rijken legaal zich andermens geld toe te eigenen. Zo'n legale fraude kwam onlangs in het nieuws. Minister Andriessen van Economische Zaken heeft Philips geholpen haar patenten te verkopen aan de Rabo-bank, en ze vervolgens terug te huren. Philips poetste met de opbrengst (1.200.000.000 gulden) haar zwakke balans op. De Rabo-bank maakt door de aankoop minder winst en hoeft honderden miljoenen guldens minder aan belasting te betalen. Zo subsidiëren de belastingbetalersters ongewild het bedrijfsleven. Minister Andriessen zei in het Leidsch Dagblad dat hij "wat gedaan heeft" voor Philips. "Ze hebben natuurlijk een wat zwakke balans. Bij bepaalde dingen kun je daar als overheid wel eens wat aan doen, ja," verklaarde hij. De belastingdienst wilde niet akkoord gaan, maar Lubbers heeft het uiteindelijk goedgekeurd. Als de overheid op deze manier, met enige honderden miljoenen, ook eens "wat gedaan had" voor de uitkeringsgerechtigden, dan zou geen uitkeringstrekkerster het meer in zijn of haar hoofd halen om te frauderen. Dit soort uitkeringen wordt veelvuldig aan het bedrijfsleven gegeven. Zo heeft de overheid bijvoorbeeld via de WIR, een investeringssubsidie voor bedrijven, 40 miljard legaal cadeau gedaan aan het bedrijfsleven.
Zakkenvullers in de Kamer
Zakkenvullers vind je op elk niveau. Een bekende is het CDA-kamerlid Koffeman. Hij heeft inkomsten van zijn vorige werkgever verzwegen. Hij was voorzitter van de Algemene Christelijke Politiebond en heeft zich na zijn vertrek nog voor drie maanden op de loonlijst laten staan en kreeg op die manier een gouden handdruk van 27.000 gulden. Het betrof een boekhoudkundige truuk om de ledenraad van de bond om de tuin te leiden. Vervolgens heeft hij het geld niet aan de belasting opgegeven. De inspecteur die tegen hem zes maanden gevangenisstraf eiste wegens valsheid in geschrifte kwam plotseling op zijn besluit terug. Hoogstwaarschijnlijk heeft het CDA "wat gedaan" voor Koffeman en de inspecteur onder grote druk gezet om zijn "instrumenten tegen fraude thuis te laten". Koffeman zelf zei na afloop van de zaak een schadevergoeding van justitie te gaan eisen voor de gemaakte kosten voor zijn verdediging. Smartegeld hoefde hij niet. "Ik wil er geen slaatje uit slaan", aldus Koffeman in het NRC van 25 november 1992.
De staat als fraudeur
Maar het zijn niet alleen individuen die wel eens ergens "een slaatje uit willen slaan". De staat zelf fraudeert ook. Ze houdt voor haar burgers de werkelijke omvang van haar vermogen geheim, om bezuinigingen te kunnen blijven rechtvaardigen. Uitkeringsgerechtigden die niet eerlijk opgeven wat ze bezitten worden direct vervolgd. Zou Nederland dezelfde methode hanteren bij de berekening van de staatsschuld als bijvoorbeeld Duitsland dan zou blijken dat we slechts een staatsschuldquotum hebben van 33% in plaats van 80%. (Een staatsschuldquotum van 80% betekent dat de staatsschuld 80% van het nationaal inkomen bedraagt.) Om aan het lage percentage te komen moet de overheid de tegoeden van de pensioenfondsen gewoon als haar bezit meerekenen, zoals elk land dat doet. Aan de hand van de hoogte van dat percentage wordt per land bekeken of het mee mag doen met het verdrag van Maastricht. Zestig procent is het hoogst toegestane percentage. Wat doet de Nederlandse regering nu (in het geheim)? Naar de Nederlandse burgers toe wordt geschermd met het hoge percentage en wordt er gezegd "zien jullie wel, er is niet genoeg geld meer voor uitkeringen." Tegelijkertijd wordt op Europese bijeenkomsten goede sier gemaakt met het lage cijfer van 33% (NRC, 14 november 1991).
Megafraude in de VS
Maar dit alles valt in het niet vergeleken bij het megafraude-schandaal dat de VS al een aantal jaren teistert. De zogenaamde Savings & Loans (S&L)-affaire toont aan dat fraude zover kan gaan dat het de hele wereldeconomie op haar grondvesten kan doen schudden. Wat is er gebeurd? De S&L-banken zijn een soort nutsspaarbanken voor de kleine spaarder. Deze banken mochten geen risicovolle leningen afsluiten en de overheid stond garant. Betrouwbare banken dus. In de jaren tachtig verordende president Reagan dat de banken wel risicovolle investeringen mochten doen. Dat was het begin van de meest grootschalige plundering uit de geschiedenis.
Geld werd geleend aan duizenden speciaal daarvoor opgerichte BV'tjes, die kort daarop, na leeggeplunderd te zijn, direct weer failliet gingen. Met andere woorden, er werden nogal wat "slaatjes geslagen" uit de nieuwe wet. De complete elite van de VS heeft zich schaamteloos verrijkt ten koste van de kleine spaarders. Controleurs werden omgekocht. De CIA sponsorde zo de Contra's, en ook de zoon van Reagan werd er schatrijk van. Zo kan je als chef van de overheid "wat doen" voor je zoon als hij "een wat zwakke balans" heeft, om met Andriessen te spreken. Reagan overleefde het schandaal vanwege zijn (geveinsde) onwetendheid. In totaal is er voor 500 miljard dollar (!) naar de rijken gestroomd.
De S&L-banken gingen massaal ten gronde en de staat moet de spaarders terugbetalen, die daar niet veel wijzer van worden omdat ze diezelfde staat weer van belastingcenten moeten voorzien. De diepste crisis sinds de jaren dertig is hier rechtsstreeks het gevolg van, want om te kunnen betalen moet de VS enorme bedragen lenen en komt de internationale kapitaalmarkt steeds verder onder druk. Dat heeft ook weer gevolgen voor de crisis hier. Het probleem is zo enorm dat er in VS nauwelijks over gesproken mag worden, laat staan dat "instrumenten" tegen fraude van huis meegenomen worden zoals belastingverhoging voor de rijken. Het schandaal bestaat officieel niet en ook Clinton doet er dus niets aan.
Fraude in de regio
In een tijdsbestek van twintig maanden (15 januari 1992 tot en met oktober 1993) publiceerde het Leidsch Dagblad over maar liefst 21 fraudezaken. Niet alle fraudes vonden in deze periode plaats; soms betrof het gevallen die nu pas boven water kwamen. Zeer waarschijnlijk het topje van de ijsberg. Gevallen zoals die waarin ambtenaren en wethouders hun raadsleden vals voorlichten over bijvoorbeeld gifstortingen in de gemeente zijn daarbij niet meegeteld. Het vervolg van dit artikel beperkt zich tot die gevallen waarin bestuurders en managers en ambtenaren financieel "een slaatje" sloegen uit de mogelijkheden die hun machtspositie met zich meebracht.
Eerst het bedrijfsleven. Een manager uit Alphen heeft bij het bedrijf Unisys vijf miljoen verduisterd. Het bedrijf Regio Effect Holding uit Alphen heeft tientallen beleggers voor miljoenen bedonderd. Directeur Swaak van Erica-beheer lijkt de kunst van de S&L-plunderaars te hebben afgekeken. Hij maakt BV's leeg en laat ze failliet verklaren waardoor ze hun schulden niet hoeven terug te betalen. De directeur van Leijden Consultancy heeft de belastingdienst voor 53 duizend gulden opgelicht maar kreeg een milde straf omdat zijn bedrijf failliet was en hij al zijn geld kwijt was. Arme man. Tot slot bleek dat de organisator van de Leidse 3 oktoberkermis aan vriendjespolitiek deed en daar vast en zeker financieel wijzer van werd. Allemaal voortaan preventief een hogere belastingaanslag? Je moet toch geen "instrument tegen fraude thuis laten"?
Tot zover het "kapitaal". Vroeger sprak men "kerk, staat en kapitaal". Laten we, voordat we gaan neuzen bij de "staat", eerst nog even het fraudeschandaal bij de Petruskerk in het geheugen roepen. De penningmeester stak iets van een miljoen gulden van de kerk in eigen zak (dacht ik, ik heb het juiste bedrag niet kunnen achterhalen). Later bleek dat meneer pastoor zelf ook een schenking van 25.000 gulden buiten de boeken had gehouden.
"Met Gemeente Voorschoten, afdeling steekpenningen"
Het aannemen van steekpenningen door ambtenaren is niet ongebruikelijk. Sommige ambtenaren zien kans "een slaatje te slaan" uit bepaalde behoeften van het bedrijfsleven. Zo hebben twee Alphense ambtenaren "wat gedaan" voor vuiltransporteur Kemp. En omgekeerd. Tegen betaling mocht Kemp de Alphense Coupépolder 's nachts illegaal volstorten met tienduizenden vaten chemisch afval.
Een rijksambtenaar uit Boskoop "heeft wat gedaan" voor aannemersbedrijven. Hij bevoordeelde sommigen bij het verkrijgen van opdrachten van Rijkswaterstaat en ontving daarvoor in totaal 700.000 gulden. Van dat geld kocht hij onder andere een kasteeltje in België. Verder legden de bedrijven voor 60.000 gulden voor hem een tuin aan en bouwden later voor hem voor hetzelfde bedrag een donkere kamer. De ambtenaar was van mening dat zijn salaris "achterbleef" terwijl hij "zeventien jaar lang keihard werkte voor de overheid."
Een Voorschotense ambtenaar mocht 115.000 gulden steekpenningen op zijn rekening bijschrijven nadat hij een aannemer had geholpen villa's neer te zetten op een plek waar dat niet mocht. Hij zou geknoeid hebben met de plankaarten van de gemeente. De officier van justitie vond dat de bedrijven geen blaam trof. De Leidse bestuurskundige Dr. Hoetjes maakt in het Leidsch Dagblad van 14 oktober 1993 duidelijk dat veel gevallen van ambtelijke fraude intern worden afgehandeld. Een ambtenaar wordt geschorst of ontslagen en er komt geen rechter aan te pas. Gevolg van deze handelswijze is dat de bevolking er ook niets van te weten komt. Hoetjes wijst erop dat het van groot belang is dat de burger de overheid vertrouwt, dat niet de indruk bestaat dat ambtenaren bepaalde partijen bevoordelen.
Gouden handdrukken
Een andere manier waarop de "overheid eens wat kan doen" voor iemand, is het geven van een gouden handdruk. Vertrekkende topambtenaren worden door hun collega's soms flink in de watten gelegd. Er wordt kwistig met belastingcenten gestrooid. Zo kreeg gemeentesecretaris Wouter Bello van Jacobswoude bij zijn afscheid een slordige 1.200.000 gulden. Omgerekend per gezin in Jacobswoude was dat 400 gulden. De bevolking van Jacobswoude was laaiend en Bello's kinderen werden van feestjes geweerd. De ambtenarenrechter bepaalde dat hij recht had op het geld; het was hem immers beloofd. Er later op terugkijkend zegt hij in het Leidsch Dagblad: "Het was een vervelende tijd, maar ik ben niet rancuneus."
Hetzelfde gebeurde later in Leiderdorp. Ook Burgemeester en Wethouders van deze gemeente wilden van hun gemeentesecretaris de heer A. Willems af. Hij voldeed in hun ogen niet. Achter gesloten deuren wordt door B&W, naar later blijkt, gesproken over een afkoopsom van 1,3 miljoen gulden. Zo hoeven ze niet bang te zijn dat de ambtenaar het idee krijgt dat zijn beloning "achterblijft" en hij moet gaan frauderen. Tot op de dag van vandaag is er naar de bevolking van Leiderdorp geen duidelijkheid over deze zaak gegeven. Op zich is zo'n handdruk volgens de wet legaal, maar bij het Provinciehuis (die controleren gemeentes) "moesten ze wel even met hun ogen knipperen toen ze het bedrag hoorden". Maar ze laten de beslissing aan B&W van Leiderdorp.
Verstrikt in het web van de fraudeur
Sommige mensen op machtsposities beginnen zich in de loop der tijd als keizers te gedragen. Zo ook de Voorschotenaar die directeur was van de Stichting Haags Sociaal Cultureel Werk (SHS). SHS wordt gesubsidieerd door de gemeente Den Haag en er werken 500 mensen. "Bestuursleden, werknemers en ambtenaren waren verstrikt in het web dat de directeur had gesponnen. Zijn tactiek was hen medeplichtig te maken aan zijn fraude door hen mee te nemen op reis of hen cadeau's te laten aanvaarden," aldus de officier van jusitie. "Topfiguren als wethouders en ambtenaren waren maar al te happig om mee te gaan op die reisjes", wierp de advocaat van de directeur tegen. Die reizen, onder meer naar Amerika en het Verre Oosten, waren louter plezierreisjes. Als het nodig was werd er alsnog een verslag in elkaar geflanst over een afgelegd werkbezoek. Hij verschafte verder 'leningen' aan medewerkers voor de aankoop van auto's, en leende ook 30.000 gulden aan een restaurant in Kijkduin, dat hem terugbetaalde middels etentjes. Daarnaast stortte hij doodleuk een ton op eigen rekening. Geld dat overbleef van de gemeentesubsidie stortte hij op rekening van de illegale stichting Recreatie Achterstands Groepen (RAG). Uit dat potje kon de directeur naar hartelust putten.
Bij het horen van deze prestaties zou zelfs de voormalige adjunct-directeur van de Leidse Schouwburg, H. Kagie, "even met zijn ogen knipperen." Hij zag slechts kans om 10.000 gulden aan gemeentegeld te verduisteren. Maar het zijn niet alleen directeuren die "een slaatje slaan" uit hun positie. De teamcoördinator van Huize Solglytt, een afdeling van psychiatrisch ziekenhuis Endegeest, lijkt ook "wat gedaan" te hebben. Hij blijkt uitgaven gedaan te hebben die "moeilijk aan het budget te koppelen zijn", aldus de accountant die de boeken controleerde. Meer is er over deze zaak nog niet bekend gemaakt.
Creatieve leugens
Een interessant geval van "slaatjes slaan" is de kwestie van de tuin van gemeentesecretaris I. Lautenbach van Warmond, met name vanwege de gehanteerde smoezen. Deze man liet zijn tuin opknappen door medewerkers van de afdeling gemeentewerken. Verder bleek dat de man zich een stuk gemeentegrond had toegeëigend en afgezet met een rij bielzen. Bielzen die hij voor rekening van de gemeente liet komen, evenals de aarde voor zijn nieuwe tuin. Toen zijn buurman dit in de pers aankaartte zei Lautenbach dat "als hij zou willen, hij alle nota's kan overleggen." Die nota's lieten nogal op zich wachten. Totdat de burgemeester "wat deed voor" zijn hoogste ambtenaar en verklaarde dat "het niet meer dan logisch" was dat de gemeente voor de kosten had opgedraaid. De tuin lag immers op gemeentegrond en de materialen bleven daarmee eigendom van de gemeente. Niks aan de hand.
Een vergelijkbaar geval betreft burgemeester Houdijk van Zoeterwoude. De burgervader kocht 500 vierkante meter grond voor 5 gulden per vierkante meter terwijl zijn plaatsgenoten 60 gulden per vierkante meter moeten dokken. Ook kon hij zo voorkomen dat er "volkstuinen ofzo" naast zijn huis zouden worden aangelegd. Nu wordt het allemaal begrijpelijk: een door "volkstuinen ofzo" bedreigde topman maakt rare sprongen. Laat het gepeupel ergens anders bivakkeren. De VVD vond dit soort "voordeeltjes" schandalig nu "zelfs op het stadhuis op de koffie wordt bezuinigd." Maar de burgemeester zegt dat de mensen die zich hierover boos maken niet goed zijn voorgelicht: "als ze de feiten kenden, zouden ze anders oordelen." Hij wast zijn handen in onschuld. Hij was niet betrokken bij het bepalen van de prijs van de grond, zegt hij. Benieuwd wie van zijn collega's er "iets voor hem heeft gedaan". Jammer dat de zaak de doofpot ingegaan is.
Een andere burgemeester die in opspraak kwam was H. de Jonge van Sassenheim. Hij heeft de fiscus een bedrag van 24.000 gulden onthouden door ambtenaren zwart te betalen. Het gemeentebestuur heeft bepaald dat dit geen gevolgen heeft voor 's mans "integriteit". De advocaat stelde dat de vervolging van de burgemeester vreemd was omdat er "een richtlijn is van het openbaar ministerie dat zaken onder de 50 mille niet vervolgd worden." Goed nieuws, gaat dat ook voor uitkeringsgerechtigden gelden?
Leiderdorp: stad van fraudeurs
Na de affaire rondom de gouden handdruk van 1,3 miljoen kwam er in Leiderdorp nog meer fraude aan het licht. Mevrouw Riet Dekkers van Leefbaar Leiderdorp deed aangifte bij de politie. Ze had ontdekt dat drie ambtenaren zichzelf voor zo'n 10.000 gulden hadden bevoordeeld bij het kopen van een huis. Ze hebben omgekocht, de belasting ontdoken, te hoge bouwpremies aangevraagd en handtekenigen vervalst. Eén van hen zou bovendien nooit betaald hebben voor de 50 vierkante meter grond die bij zijn huis werd getrokken. Meerdere ambtenaren zouden hand- en spandiensten geleverd hebben. De verdachten werden naar huis gestuurd met behoud van salaris, in afwachting van het onderzoek.
Een maand later kwam wethouder H. Veldstra in opspraak. Ze betaalde 19.000 gulden minder voor de grond waarop haar huis staat dan de gemeenteraad had verordend. De hoofdverdachte van de vorige fraudezaak bleek "wat gedaan te hebben" voor de wethouder tijdens zijn onderhandelingen met de aannemer die haar huis heeft gebouwd. Later bleek dat het hele college van B&W met de transactie ingestemd had. Later moest men toegeven dat de deal al gesloten was voordat de gemeenteraad zich überhaupt over de prijzen gebogen had. B&W hebben naar de raad toe verzwegen dat alles al geregeld was. De aannemers werden ook beter van de goedkope grond. "Hebben de aannemers soms kadootjes gegeven", vroeg GroenLinks zich af toen er over de fraude in de raad gediscussieerd werd. Maar niet alleen de wethouder profiteerde van de lagere prijs, zo bleek daarna. Alle grond in de wijk was voor minder verkocht. Dat leverde de gemeente een strop op van tenminste 2,3 miljoen. PvdA-fractievoorzitter V. Molkenboer vond het in het voordeel van de wethouder pleiten dat ze haar buren ook liet mee profiteren. Hoewel, ook haar buurtgenoten blijkt ze belazerd te hebben. Mevrouw Veldstra stond toendertijd op een of andere manier plotseling bovenaan de lijst van gegadigden voor de huizen in kwestie.
Draaikonten
B&W van Leiderdorp zwijgt voornamelijk. Besloten werd dat het gemeentehuis voortaan 's middags dicht gaat. Vanwege bezuinigingen, wordt gezegd. Riet Dekkers van Leefbaar Leiderdorp denkt daar anders over: "De gemeente beperkt op deze manier de mogelijkheden voor burgers om zaken te controleren." Verder schakelden B&W na al deze onthullingen zelf het buro VB-accountants in voor een onderzoek naar haar eigen fraude. Bij het onderzoek blijkt B&W het zo geregeld te hebben dat ze de gesprekskandidaten eerst zelf even mogen spreken. De voormalige administrateur van het grondbedrijf zei dringend gevraagd te zijn om "even een half uurtje eerder aanwezig te zijn voor een babbeltje met een van de wethouders of de burgemeester." VB-accountants blijkt trouwens niet voor niets uitgekozen te zijn door het college. Het bureau keurt jaarlijks de jaarrekening van de gemeente en verdient daar ongetwijfeld een dik belegde boterham mee. Bij slecht nieuws zouden B&W wel eens kunnen besluiten een ander accountantsbureau in de arm te nemen. Daarnaast heeft VB in het jaar waarin de grondtransactie plaatsvond (1992) ook de jaarrekening van de gemeente goedgekeurd. Zou VB fraude ontdekken dan brengen zij wellicht tevens hun eigen "integriteit" en "reputatie" in gevaar. Het wekt dan ook geen verbazing dat VB uiteindelijk in haar rapport concludeert dat de wethouders niet van de onterechte prijsverlagingen geweten hebben. Net als Reagan bij het S&L-schandaal lijkt dit een effectieve smoes om de verantwoordelijkheid te ontlopen. Toch moest ze het veld ruimen en zit nu het hele college van B&W op de schopstoel.
Interessant dat ditzelfde college een tijdje voor dit alles aan het licht kwam haar gemeentesecretaris weg deed met een gouden handdruk. Hij zou incompetent zijn. Hij had in een nota een aantal jaar geleden al geschreven dat de ambtelijke top in Leiderdorp faalde en dat de rest van het ambtenarenapparaat "aanmodderde". Nu is "aanmodderen" misschien wat voorzichtig voor de goedgeorganiseerde misdaad die het ambtenarenkorps kenmerkt. Maar is het vreemd dat de 1,3 miljoen voor de gemeentesecretaris meer en meer op zwijggeld begint te lijken? Wist de gemeentesecretaris teveel en leek het B&W toendertijd nog veiliger hem maar weg te doen?
"Ook wel eens iets ten eigen bate"
Terwijl de onthullingen over de manier van onderzoeken door B&W van Leiderdorp naar buiten kwamen, was er plots sprake van nog weer een nieuwe fraudezaak. Vier ambtenaren bleken het legesgeld, dat mensen moeten betalen bij de aanvraag van een nieuw paspoort, gebruikt te hebben voor personeelsfeesten en cadeautjes voor collega's. De officier van justitie sloot niet uit dat "er ook wel eens iets ten eigen bate gebruikt is." Alsof personeelsfeesten niet "ten eigen bate zijn". Er blijkt door hen ook valsheid in geschrifte gepleegd te zijn. Ze werden voorlopig naar huis gestuurd, natuurlijk met behoud van salaris, opdat ze later niet "rancuneus" zullen zijn. Vervolgens rijst bij GroenLinks de verdenking dat de burgemeester al langer wist van de vier fraudeurs maar geen aangifte wilde doen.
Het was "wel even met de ogen knipperen" toen kortgeleden over de vier nog lopende affaires alweer de schaduw van een vijfde viel. Er blijkt nu ook een nog geheim rapport te liggen in de la van de burgemeester met daarin 'ernstige feiten' over de afdeling Groenbeheer van de gemeente. Het betreft onder andere een structurele overschrijding van het jaarlijkse budget van deze afdeling... Gaat het hier ook om fraude? En waarom houdt B&W het rapport geheim?
Conclusie
De Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt zegt dat "criminelen infiltreren in de politieke partijen," en dat deze lieden toegang hebben tot de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht. Anarchisten weten al eeuwenlang dat het staatsapparaat an sich georganiseerde misdaad is. De vraag is dus niet, zoals het Leidsch Nieuwsblad hem stelde, "Regeert de Maffia Leiderdorp?", maar "Waarom is het in Leiderdorp zo duidelijk dat de Maffia ons land regeert?" Hoe komt het dat juist in Leiderdorp het ene schandaal na het andere boven water komt? Een ding is duidelijk: willen we de fraude wezenlijk aanpakken dan moeten we "de instrumenten daarvoor niet thuis laten", zoals bijvoorbeeld een maximuminkomen (gelijk aan het minimumloon). Het zal dan voor de onderkant van de samenleving een stuk gemakkelijker worden om al deze criminelen te controleren. Vette beurzen en buitensporige uitgaven springen dan direct in het oog.
7 - Crisis doet werknemer stelen
Er is te weinig controle op bedrijfsfraude. En ook de regering neemt onvoldoende initiatieven om bedrijfscriminaliteit tegen te gaan.
Dat is spijtig, vindt het Instituut van Forensische Auditoren (IFA). Zeker omdat een crisis zoals deze de ideale voedingsbodem is voor fraude.
"Preventie is geen overbodige luxe als je kijkt naar de feiten die we dagelijks onderzoeken en de schade die bedrijfscriminaliteit kan veroorzaken", zegt IFA-voorzitter Frank Staelens. "Werknemers verduisteren bedrijfsgoederen en steeds vaker worden ook bedrijfsgeheimen gestolen. Zelfs bedrijfsspionage met afluisterapparatuur bestaat in België."
Staelens verwacht dat in het huidige crisisklimaat de fraude nog zal toenemen. "Er wordt volop afgepingeld op loonsverhogingen en bonussen, waardoor mensen geneigd zijn zich op een andere manier ''toe te eigenen wat hun toekomt'', via valse facturen of gunsten van leveranciers."
8 - Ook bedrijfsleven ontsnapt niet aan fraude
BRUSSEL -- Ook bedrijven ontsnappen niet aan frauderende werknemers. Volgens een jaarlijks onderzoek van het auditbureau KPMG heeft 37 procent van de Belgische bedrijven last van fraude.
DOSSIERS
Fiscale fraude
Jaarlijks schrijft Evert-Jan Lammers de 1.000 grootste bedrijven van België aan met de vraag in hoeverre ze geconfronteerd worden met bedrijfsfraude. Al jaren blijven de resultaten hetzelfde beeld geven. Ongeveer twee bedrijven op vijf heeft af te rekenen met bedrijfsfraude.
Het grootste pakket heeft te maken met het verduisteren van niet-financiële bedrijfsmiddelen (19 procent). Dan volgen fraude met onkostendeclaraties (15 procent), verduistering van financiële middelen (8 procent) en corruptie (3 procent).
In driekwart van de gevallen komt de fraude dankzij de interne controle aan het licht. In toenemende mate melden medewerkers en managers de fraude (1997: 33 procent en 1998: 43 procent en 1999: 48 procent). Daarnaast wordt de fraude in 10 procent ontdekt door een anonieme tip. In 26 procent van de gevallen is het de interne auditor die de fraude ontdekt en bij nog eens 26 procent komt de fraude door toeval aan het licht.
Dat de fraude heeft kunnen plaatsvinden wijt 62 procent van de getroffen bedrijven aan een te groot vertrouwen in de werknemer. Daarnaast worden het doorbreken van de interne controleprocedures (51 procent) genoemd en een te zwakke structuur van de interne controle (28 procent).
Welke antifraudemaatregelen worden genomen? ,,Veelal wordt de interne controle herbekeken, gaat men zijn personeel nog beter screenen en worden gewoon betere fysieke beveiligingsmaatregelen genomen'', zegt Lammers.
,,Bedragen willen de meeste bedrijven niet noemen. Maar één bedrijf op zes zegt wel dat het om meer dan 1 miljoen frank gaat.''
9 - België: meest corruptiegevoelige land van West-Europa.
Transparency International (TI) stelde naar jaarlijkse gewoonte een rangschikking op van de corruptieverspreiding in de wereld. Deze corruptieindicator is gebaseerd op perceptie en dient dan ook behoedzaam worden gebruikt. De beoordeling van Belië in deze index is gebaseerd op 13 enquêtes, afgenomen bij experten en zakenlui. België zakt in de rangschikking van de 18e naar de 21ste plek en wordt nu beschouwd als het corruptiegevoeligste land in West-Europa. Daarbij wordt Frankrijk (plaats 24)
12 - Fraude van de eeuw' naar prullenmand door verjaring
vacas
NEVELE - Wat begon als 'de fraudezaak van de eeuw', dreigt voor het Gentse gerecht uit te draaien op een enorme sof. Dertien jaar lang werd ATC, een leverancier van computeronderdelen uit Nevele, verdacht van grootschalige btw-fraude. Maar het onderzoek werd een lijdensweg vol procedureslagen. Gisteren beoordeelde de rechter de feiten als verjaard.
Het oordeel van de Gentse rechter kwam voor het Openbaar Ministerie als een ijskoude douche. Het proces tegen 'de fraudeurs van de eeuw', zoals de verantwoordelijken van ATC jarenlang genoemd werden, zit er al op nog voor het kan beginnen, want de feiten zijn verjaard. Tom De Geetere, de zaakvoerder van ATC, diens broer Hans en andere verdachten gaan vrijuit. Het onderzoek heeft dertien jaar geduurd. Het proces kostte naar schatting 300.000 euro.??Volgens de Gentse persrechter Mieke Dossche hebben de advocaten van de verdachten het doel bereikt waar ze al jarenlang op mikten. 'Ze hebben alle mogelijke wettelijke middelen tot het uiterste uitgeput om het dossier toch maar te laten verjaren.'??'Justitie en de verdediging hebben in deze zaak niet met gelijke wapens gevochten', vindt Dossche ook. 'Bij dit soort ingewikkelde en grootschalige financiële dossiers moeten magistraten met erg beperkte middelen optornen tegen een veel kapitaalkrachtiger verdediging, die het zich kan veroorloven om allerlei experts in te schakelen. Dit soort dossiers kan alleen met succes afgehandeld worden als ook het gerecht een beroep kan doen op fiscale en boekhoudkundige specialisten. Dan zouden we de onderzoeken ook sneller kunnen afronden. Maar die experts kosten geld en dat is er niet.'??Advocaat Walter Van Steenbrugge, die al meer dan tien jaar de onschuld uitschreeuwt van zijn cliënt Hans De Geetere, reageert kwaad op die opmerkingen. 'Wij hebben helemaal niet aangestuurd op een verjaring. Het is nooit onze bedoeling geweest om voor vertraging te zorgen. Als de dossiers ergens zijn blijven liggen, dan was het zeker niet in onze kasten.' Bovendien zegt Van Steenbrugge klaar te zijn om het dossier ook inhoudelijk aan te pakken, 'want er is nooit sprake geweest van fraude'. De hele zaak is volgens de verdediging niet 'de grootste fraudezaak', maar wel 'de grootste gerechtelijke dwaling van de eeuw'.??Cel in plaats van feestdis??Het onderzoek naar de vermeende btw-fraude bij ATC, een leverancier van hoogwaardige computeronderdelen, is een lange aaneenschakeling van incidenten en conflicten tussen de verdachten en het gerecht. Het ging al mis op de dag van de eerste huiszoeking, in juni 1997. Zaakvoerder Tom De Geetere werd die dag in het gemeentehuis verwacht voor zijn burgerlijke trouw. Enkele dagen later stond een groot trouwfeest op het programma. ??Terwijl hij 's morgens thuis zijn trouwpak paste, stond hij plots oog in oog met leden van de gerechtelijke politie. Hij belandde enkele weken in de gevangenis. De Geetere heeft het altijd als doelbewuste pesterij gezien, maar bij het gerecht blijft men spreken van een ongelukkig toeval.??Ook nadien regende het conflicten met de betrokken onderzoeksrechters. Tot twee keer toe slaagden de advocaten erin de aangeduide onderzoeksrechter te wraken wegens 'schijn van partijdigheid'. Een keer omdat de onderzoeksrechter de advocaten na een raadkamer had toegebeten dat ze 'nu verder konden gaan met het gooien van bakken stront'.??Imagoschade??Tom De Geetere wilde gisteren niet reageren op de uitspraak. Dat liet hij over aan de advocaten, die duidelijk opgelucht zijn. 'Er is een grote druk van de schouders van onze cliënten gevallen', zegt Van Steenbrugge. 'Maar we vieren geen feest. De imagoschade na de beschuldigingen is enorm. Ze zijn jarenlang als fraudeurs bestempeld en door de verjaring is die stempel nog altijd niet helemaal weg. Bovendien wachten ons nog een mogelijk beroep en een burgerlijke procedure.'??Ondanks de verjaring eist de Belgische staat nog altijd 128 miljoen euro aan ontdoken belastingen terug van de belangrijkste verdachten. In februari moet de rechter in die burgerlijke procedure oordelen of de fraude bewezen is. ??Het bedrijf ATC bestaat nog en Tom De Geetere is nog altijd zaakvoerder. Maar met zestien werknemers is het bedrijf wel een stuk kleiner dan in 1997.
